|
|

|
Ik heb geleerd dat Goedheid schuilt in personen waar je het niet van verwacht en plotseling uit het ‘niets’ komen om je te helpen.. Ik heb geleerd dat echte vriendschap meer is dan een woord een lach en een traan het is een Levenselixer die je de kracht geeft om overeind te blijven staan… Ik heb geleerd dat het positief denken mij verder op weg heeft geholpen waardoor ik nu met mijn kin omhoog trots De wereld in kan kijken... hier ben ik en ik ben er ook voor jou…
Jacquelien
|

|
In het ziekenhuis was het door mijn eigen toedoen heel erg druk. Ik liet iedereen maar komen terwijl de situatie waarin ik me bevond dat eigenlijk helemaal niet toestond. Ik was emotioneel een wrak en stond stijf uit van stoffen die de medicijnen in mijn lichaam afscheiden. Maar mensen uit mijn omgeving waren enorm geschrokken en ze kwamen allemaal naar het ziekenhuis. Ook mijn ouders en mijn broer heb ik gezien de ernst van de situatie naar het ziekenhuis laten komen met hen had ik 12 jaar geen contact meer gehad. Twee jaar geleden is in juli het contact met mijn vader een heel klein beetje weer hersteld. Maar met mijn moeder niet. Toch heb ik mijn eigen gevoelens jegens haar aan de kant gezet om haar een kans te geven het contact met mij te herstellen. Dit herstellen is helaas jammerlijk mislukt en ik heb het contact na drie weken uiteindelijk weer moeten verbreken...
|
|
Na 4 dagen werd ik uit het ziekenhuis ontslagen en heb ik een tijdje beschermd gewoond. De neurologe gaf aan dat vanwege eventuele kansen op nieuwe epileptische aanvallen het beter zou zijn dat ik eerst tijdelijk in de gaten gehouden zou worden. Toen brak er een tijd aan van onzekerheid en wachten. Je hoort of ziet niets meer van het ziekenhuis. Ik wist dat het UMCG Groningen samen met een team van specialisten naar de röntgenfoto's zou kijken en dan een behandelplan op zou gaan stellen. Maar wanneer je bericht krijgt of hoe het verder gaat dat was totaal niet duidelijk en schepte bij mij een slopende onzekerheid. Op 12 december werd ik uitgenodigd voor een gesprek met een neurochirurg in opleiding in het UMCG. Mijn vrienden, Henk en Janetta die mij overigens ontzettend hebben gesteund en geholpen in alles gingen mee. Het gesprek viel me een beetje tegen omdat hetgeen wat hij wilde uitleggen iets was wat ik allang op het Internet had uitgezocht. Namelijk dat er eerst een hersenpunctie verricht zou worden om te weten met wat voor gradatie tumor ze te maken hadden. Ik had zelf gehoopt namelijk dat hij mij een datum voor de operatie zou geven, maar dat kon hij niet... Ik heb deze neurochirurg in opleiding gevraagd om voor me te pleiten dat er zo snel mogelijk een punctie verricht zou worden, omdat de onzekerheid over mijn lot mij gewoon emotioneel totaal sloopte. Toch duurde het nog tot 28 december 2006 voordat ik werd opgeroepen voor deze hersenpunctie, maar ik was al lang blij dat ik kon gaan. Ik probeerde me dagelijks te sterken door steeds tegen mezelf te zeggen dat ik dit monster zou verslaan, probeerde mezelf heel sterk te maken voor deze operatie, waarvan ik wist dat er best wel risico’s aan vast kleefden.
|
|
Op 2 januari 2007 was er dan plotseling het verlossende woord. Of ik binnen 2 uur in het ziekenhuis kon zijn omdat ik de volgende dag geopereerd worden. We vertrokken met grote haast vanuit het verpleegadres in Assen naar het UMCG Groningen om op tijd te komen en dit lukt kantje boord. Maar toen we eenmaal op de verpleegafdeling zaten bleek dat onze haast voor niets was geweest, want het duurde drie kwartier totdat er daadwerkelijk iemand mij kwam ophalen. Mijn vrienden en ik namen weer afscheid van elkaar en ik bleef achter in hetzelfde ziekenzaaltje als ervoor, maar dit keer uiteraard met andere mensen. Er lag een man van middelbare leeftijd die een groot gedeelte van zijn hersenkwab kwijt was en na een paniekaanval in het ziekenhuis was opgenomen. Naast hem lag een oude man die aan zwaar aan suikerziekte leed en geopereerd moest worden. Geen echte vrolijke gevallen, maar we konden samen in ieder geval de tijd weg kletsen. Aan het eind van de middag, begin van de avond, zou een anesthesist bij me komen die uitleg zou geven over de plaatselijke verdoving. Daardoor mocht ik in de eerste instantie niet van de ziekenzaal af. Maar deze persoon is niet langs gekomen en had in de papieren gezet dat hij/zij mij gezien had. Dus na lang wachten was ik eindelijk bevrijd van het ziekenzaaltje. En dat ging me niet eens zozeer om mijn vrijheid als wel de drang tot eten en dat gegeven dreef me naar de Albert Hein benedenvloer!
Ik had van tevoren al lang bedacht wat ik wilde gaan eten het standaard pakketje van een heel pakje stroopwafels en een hele zak paprika chips. Ik heb ‘s avonds ineenkeer alles opgegeten en het liefst had ik hetzelfde nog een keer gegeten door de dexamethason die me constant maar het gevoel gaf niet genoeg te hebben gegeten. De dag van de operatie werd ik vroeg wakker, ik was redelijk zenuwachtig maar desondanks dat had besloten om als strijder tegen deze rotziekte rechtop te blijven staan. Ik mocht niet meer eten, moest voor de operatie nuchter blijven. Dus terwijl de rest allemaal lekker zijn ontbijtje wegwerkte met een kopje koffie moest ik een paar slikken tegen het knagende gevoel in mijn buik. Het zou nog lang gaan duren voordat ik weer eten zou krijgen, want ik zou pas om 14:00 uur in de middag geopereerd worden en de operatie zou twee uur duren. De ochtend voelde voor mijn gevoel erg lang en ik was dan ook blij toen de verpleegsters mij op kwamen halen. Uiteraard als het meewerkende persoon dat ik altijd al ben geweest gooide ik direct de lakens van me af en sprong spontaan uit mijn bed om met hen mee te lopen naar de operatiekamer. Dit was dus niet helemaal de bedoeling en al snel lag ik weer in mijn bed om vervolgens door hun met bed en al voortgeduwd te worden richting de operatiekamer. Daarna duurde het nog een tijd voordat ze me daadwerkelijk naar de operatiekamer konden brengen. Ik kletste in de tussentijd maar volop tegen de verpleegster, want ik was al de dood dat de boel weer afgeblazen zou worden. De operatie moest voor mij op dat moment écht doorgaan mijn lichaam had al meer dan een maand strak gestaan van de zenuwen en ik wist dat als het nu weer afgeblazen zou worden dat ik emotioneel gezien tot aan mijn enkels zou afknappen. Plots kwam er een man in een groen uniform met een wit haarnetje op zijn hoofd en een paar witte slofjes de hoek om. Hij keek naar de verpleegster, ‘mevrouw Veldhuis?’ zei hij en keek haar vragend aan. Ze knikte kort ja en vervolgens werd ik dan toch eindelijk met bed en al de operatiekamer in gereden. |
|
In het UMCG Groningen, op de röntgenafdeling, kreeg ik ’s morgens weer een MRI. Nu moet ik vertellen dat ik als volwassene weer voor een beugel had gekozen vanwege scheef staande tanden en had een blokjesbeugel. Het viel me op dat de radiologe mij tot drie maal vroeg of mijn beugel er toch echt niet uit kon. En tot drie keer toe vertelde ik haar dat die blokjes met lijm op mijn tanden waren vastgeplakt en dat ze er onmogelijk zomaar even afgepakt konden worden. Mijn gevoel knaagde al op dat moment maar ik lette er niet op want ik wilde me sterk maken voor de operatie.
Het was halverwege de avond toen de neurochirurg drs. Wagenmakers plotseling bij mij aan bed in de ziekenzaal stond en vertelde dat hij ‘helaas een vervelend bericht had’. Doordat de beugel teveel licht gaf op de röntgenfoto kon hij de plaats waar hij de ingreep zou moeten verrichtten niet goed bepalen en zat er voor hem niets anders op dan mij naar huis te sturen. Mijn hele gevoel zakte ineens als een plumpudding in elkaar. Ik heb op dat moment alleen nog maar begrepen dat de volgende dag een CT-scan van mijn hoofd gemaakt zou worden en dat hij daardoor wel de plaats van de ingreep goed kon zien, omdat deze beelden driedimensionaal zijn. Omdat de operatiekamer gelijk weer geboekt wordt voor een andere patiënt moest ik de volgende dag weer naar huis. En daar zat ik dan s’ avonds laat met bijna niemand op de kamer dan een doof vrouwtje met een hard piepend hoortoestel na. Nog nooit heb ik zó sterk het verlangen gehad als die avond om een gehoortoestel uit het iemands oor te rukken. Ineens kwam er een jonge zuster aan. ‘Hey, wat is er?’ zei ze. Ik legde haar huilend mijn verhaal uit en ik zal niet vergeten dat ze haar arm om me heen sloeg en met me meehuilde na het horen van mijn verhaal. Later bracht ze me ook weer aan het lachen. Momenten als deze vergeet je nooit meer en de spontane reactie van de verpleegster heeft mijn hart geraakt. De volgende dag werd ik dus tijdelijk ontslagen uit het ziekenhuis en bracht de kerstdagen en oud en nieuw bij mijn vrienden door. |
